Maak kennis met GDMS.

Hoe het Grandstream Device Management System te gebruiken:

Aan de slag – Sites en apparaten

De belangrijkste functies in het Grandstream Device Management Systeem zijn het importeren en beheren van de apparaten via de cloud. Deze zijn te organiseren in verschillende implementatielabels, die Grandstream ‘sites’ noemt. Zowel sites als apparaten kunnen in bulk worden geïmporteerd met behulp van Excel-sjablonen. Door sites te gebruiken, kan je bovendien verschillende klanten binnen het Grandstream Device Management System scheiden. Hier uit volgt dat alle klanten vanuit één bron te beheren zijn. De sites zijn ook weer onder te verdelen in onderliggende en bovenliggende sites waardoor complexere netwerken beheersbaar worden.

Configuratiesjablonen maken

Als eerste maakt ment een overzicht van implementatiesites en een lijst met te importeren apparaten die aan de site zijn gerelateerd. Daarna is de volgende stap het maken van configuratiesjablonen op basis van de behoeften van de klant. Als vervolgens een configuratiesjabloon voor een apparaat is gemaakt, pusht het GDMS deze automatisch naar het apparaat zodra deze verbinding maakt met het internet. Vervolgens is het ook mogelijk om op elk gewenst moment handmatig de configuratiesjablonen te pushen.
Er zijn grofweg 3 configuratie sjabloonopties.

  1. Model

    Wanneer je per model configureert, kies je eerst het model om te configureren. Vervolgens koppel je deze aan een specifieke, meerdere of alle site(s). Geef de sjabloon een naam om de configuraties overzichtelijk te houden. Daarna zijn alle opgegeven modelinstellingen eenvoudig en volledig te configureren. Wanneer de apparaten, binnen de opgegeven site(s) die dat modeltype delen, voor het eerst online komen, stuurt het GDMS het configuratiesjabloon automatisch door.

  2. Groep

    De groepoptie biedt de mogelijkheid om vergelijkbare modeltypen op te bouwen en een configuratiesjabloon naar al deze modellen te pushen, wanneer deze zich onder een gekozen site of sites bevinden. Op dezelfde wijze is te kiezen welke apparaten in het configuratiesjabloon moeten worden aangepast en bewerkt. Bij het gebruik van deze configuratie-optie is het mogelijk specifieke modelcategorieën / apparaten te kiezen of te bewerken. Denk hierbij aan bijvoorbeeld DP DECT-telefoons, HT ATA’s en GXP / GRP-telefoons. Ten slotte is het mogelijk bij bulkconfiguratiesjablonen dat wanneer de geselecteerde apparaten niet over de genoemde functies beschikken, een gedeeltelijke push plaats te laten vinden.

  3. CNF-sjabloon

    Eindelijk is het mogelijk om met vooraf gemaakte configuratiebestanden specifieke apparaten te importeren. Nadat het gespecificeerde configuratiebestand is geüpload en gerelateerd aan het apparaat, wordt deze deze via het GDMS-portal naar de desbetreffende apparaten gepusht. Het geüploade bestand moet daarvoor in XML-indeling zijn en het MAC-adres van het apparaat hebben.

SIP-accountbeheer

Eerst worden apparaten, sites en configuraties ingesteld en klaargezet om naar de apparaten te pushen. Daarna kunnen de SIP-server en de SIP-accounts worden toegevoegd. Dan definieert men de SIP-server die wordt gebruikt voor de opgegeven apparaten binnen een site. Ten slotte kan een begin gemaakt worden met het toewijzen van SIP-accounts onder die SIP-server en apparaten aan accounts.

Taken, apparaatdiagnostiek en waarschuwingen

Het Grandstream Device Management System gaat veel verder dan alleen het configureren van apparaten en implementaties. De extra en vernieuwende tools van het platform zijn namelijk te gebruiken voor integrators en ITSP’s om naast de implementaties en beheer van apparaten, problemen op te lossen:

  1. Taken

    Geautomatiseerde taken kunnen binnen het platform worden geprogrammeerd om actief onderhoud van een netwerk te helpen automatiseren. Dit betekent minder on-site reizen en ook weer is er daardoor minder tijd nodig voor het upgraden van firmware. Het pushen van apparaat herstart, fabrieksreset, firmware-upgrades en model- of groepconfiguratiesjablonen is namelijk allemaal mogelijk via het Takenpaneel. Acties kunnen direct plaatsvinden of worden ingepland voor een later tijdstip. Zelfs een zichzelf repeterende taak instellen is mogelijk als actie.

  2. Apparaatdiagnose

    Problemen oplossen kan door middel van de vergaande apparaatdiagnostiek in de cloud. Gedetailleerde apparaatinformatie, netwerkopnames, syslogs en traceroutes kunnen hier worden opgehaald.

  3. Alert Management

    Het is ook mogelijk waarschuwingen te activeren wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het GDMS is in te stellen op 3 waarschuwingsniveaus: hoog, gemiddeld en laag. Waarschuwingen verstuurt het systeem via de mail of via de alarmfunctie in het GDMS-platform.

« Terug

Klantenservice

+31 (0)30 204 00 00

Contact

Witboom 2
4131 PL  Vianen
+31 (0)30 204 00 00
Email: sales@bns.nl

Copyrights 2019 - BNS Data Logistics B.V.